Recept: winters stoofvlees

Food door Fatou

Zin in een klassiek comfort winterrecept? Maak dan dit traditionele stoofvlees met bier. De peperkoek, het bier en de kruiden zorgen ervoor dat de saus goed gebonden en vol van smaak is.

Winters stoofvlees

Ingrediënten voor vier personen:

  • 1 kg runderlappen
  • 1 klont boter
  • 3 sjalotten
  • 1 el bruine basterdsuiker
  • 2 el bloem
  • 400 gr kastanjechampignons
  • 2 wortels
  • 500 ml runderbouillon
  • 300 ml donker bier
  • 6 takjes tijm
  • 3 laurierblaadjes
  • 1 el Dijonmosterd
  • 2 sneetjes brood (of ontbijtkoek)

Zo maak je het:

Om te beginnen doe je flink wat peper en zout op het vlees en snijd het in grove stukken. Snijd ook de sjalotten in grote stukken en de wortels in plakjes. De kastanjechampignons kan je door de helft doen of je kan ze heel laten als ze klein zijn. Verhit vervolgens de boter in een diepe stoofpan en bak het vlees op hoog vuur kort rondom bruin.

Haal het daarna uit de pan en zet even apart. Door het vlees eerst aan te bakken krijgt het meer smaak, en blijft het straks sappiger tijdens het stoven. Fruit dan in dezelfde pan de grof gesneden sjalot op middelhoog vuur, tot deze glazig is. Voeg na ongeveer 2 minuten de suiker en de bloem toe en roer goed door. De suiker zorgt voor een lichte karamelsmaak en de bloem helpt straks om de saus dikker te maken. Laat dit mengsel een minuutje garen zodat de bloemsmaak verdwijnt. Doe daarna de in plakjes gesneden wortel en champignons in de pan. Voeg eventueel nog een beetje extra boter of olie toe als de pan te droog is. Bak dit voor 3 tot 5 minuten mee tot de groenten iets zachter worden.

Voeg nu het gebakken vlees weer toe aan de pan. Voeg hieraan gelijk het bier en de runderbouillon toe. Roer het goed door elkaar zodat eventuele aanbaksels van de bodem loskomen, want die geven extra smaak aan het stoofvlees. Maak ondertussen van de tijm een bosje met een touwtje, zo kan je deze er daarna weer makkelijk uit halen. Voeg de laurier en bosje tijm toe. Breng nu het stoofvlees langzaam tegen de kook aan, zet dan het vuur lager en laat minimaal één uur sudderen met de deksel op de pan. Hoe langer je stooft, hoe malser het vlees wordt. Kijk tussendoor of er nog genoeg vocht in de pan zit, zo niet, voeg dan eventueel een beetje water of bouillon toe.

Besmeer na één uur het sneetje brood of een plakje ontbijtkoek met mosterd en leg in het stoofmengsel. Laat het brood even rusten in de saus, dit zorgt voor extra binding en een diepe smaak. Na een paar minuten kan je alles voorzichtig door elkaar roeren zodat het brood helemaal oplost in de saus. Laat het gerecht daarna nog een uurtje zachtjes stoven zonder deksel, zodat de saus verder kan indikken. Laat het stoofvlees als je tijd hebt nog iets langer stoven, zo wordt hij nog zachter.

Verwijder voor het serveren de laurier en het bosje tijm. Proef de saus en voeg eventueel naar smaak nog wat peper of zout toe. Je stoofvlees is nu klaar, je kan het serveren met aardappelpuree, en eventueel wat extra groenten zoals: rode kool met appel.

Lees ook: 4 heerlijke diner recepten voor de eerste wintermaand